danny van der elst

In my artistic work, I try to photograph people – often young women who cross my path in daily life. The possibility they may be unaware of their own beauty inspires me to work with them.

I am not looking for perfect figures. The women I photograph remain themselves, they do not need to conform to a shallow and glamorous ideal often portrayed in fashion or commercial nude photography.

I prefer not to theorize too much about my photography, as it is something deeply personal, something that happens between myself and someone who offers me her trust and the nakedness of her soul.

“Who is that nude face in front of me? How do I deal with the responsibility to depict the uniqueness of your alterity?”, “Who do you really look at when you look into the lens of my camera”, “What or who has made you the person you are today”. These questions I try to answer in my images. Recently, I finished the project “GIRLS“.

Girls (Englishespañol)

Girls toont jonge vrouwen die terugdenken aan een gebeurtenis die een bepalende invloed heeft gehad op wie ze nu zijn. Ik heb hen niet geconfronteerd met triestige gevoelens, noch gevraagd om tranen te storten voor de camera.
Mijn uitgangspunt was simpel. Ik vroeg hen, in alle vertrouwen;  “wie ben jij, op dit moment, in al je kwetsbaarheid, met welke blik zou je kijken naar iemand die bepaald heeft wie je geworden bent, of daar een groot aandeel in heeft gehad?”.
Velen van hen vertrouwden mij toe dat ze gevoelens van verlies koesterden en ze het moeilijk vonden om hun vertrouwen opnieuw aan iemand te schenken, omdat het zo fel was beschaamd.

Ik fotografeerde hen op een ongecompliceerde manier; met bestaand licht, zonder make-up of styling.
Deze vrouwen zijn geen modellen. Ze willen niet uitzonderlijk mooi zijn. Integendeel, ze hebben de moed gevonden om hun ware gelaat te tonen. Ze willen enkel zichzelf zijn.
En voor die moed en dat vertrouwen dank ik hen allen.
Probeer goed te zijn voor hen.

Danny Van der Elst, oktober 2012.
Schermafbeelding 2014-11-28 om 00.42.29 Schermafbeelding 2014-11-28 om 00.42.42


Prijzen & tentoonstellingen
De eerste 12 beelden uit de reeks werden bekroond met een internatinale onderscheiding (Qualified European Photographer-award), uitgereikt door de Federatie van Europese Beroespfotografen (FEP).
Deze reeks werd ook ten toon gesteld op de internationale fotokunstbeurs fotofever Brussels(2012), Art Gent (2012), CONTEXT Art Miami (2013), het Internationale Fotofestival van Knokke (2014) en op tal van andere plaatsen.
Het boek “GIRLS” wordt momenteel samengesteld en is verkrijgbaar in midden december 2014.
De Spaanse galerij “SICART” (Barcelona) heeft de werken in zijn permanente collectie.

Barcelona Exhibitions. Girls by Danny Van der Elst at Galeria Sicart

Belgisch fotograaf bekroond voorGirls (Cobra.be)

Belgische fotograaf Danny Van der Elst wint QEP Award (Digifotopro.nl).

Meer artikels hier.

Jonas Vansteenkiste

Jonas Vansteenkiste is een beeldend kunstenaar die werkt rond en met ruimtes. Hierbij maakt hij gebruik van verschillende media (installatie, video, sculptuur, foto, tekeningen, …) In zijn werken refereert en maakt hij zowel fysisch als psychologisch gebruik van architecturale elementen. Hij bouwt ruimtes, plaatsen, of creëert situaties die het best kunnen omschreven worden als “mentale ruimtes”. Deze term is te vergelijken met het begrip “Denkraum”, een begrip dat vooral in de filosofie en architectuur wordt gebruikt. “Denkraum” kan gedefinieerd worden als muren bouwen ‘van-in’ of ‘van-uit’ de chaos van eigen beleving, emoties, gedachten om net dat voelen en deze ervaringen handelbaar of duidelijker te kunnen maken. Met deze reflectie in gedachten maakt en vormt Vansteenkiste zijn werken. Die werken vertrekken altijd van een persoonlijke ervaring waarbij hij, zoveel als mogelijk, de persoonlijke anekdotiek in de achtergrond plaatst en dit uitpuurt tot een soort ‘basso continuo’ waarrond hij verder bouwt. Het ‘medium’ installatie benadert hij dan ook als het medium van de referentie en de ervaring. Hierdoor plaatst hij de toeschouwer in een participerende rol: hij nodigt die uit om in het werk te stappen en zich er, zowel mentaal of fysiek, in te situeren. De kunstenaar laat ook ruimte voor de toeschouwer om deze installaties aan te vullen met hun persoonlijke ervaringen en verhalen, zo kan zijn “relevante plek” ook de hunne worden. In zijn tekeningen wordt deze démarche herhaald: deze ruimtes zijn echter persoonlijker zodat de toeschouwer er enkel met ‘een blik’ uitgenodigd wordt …
Link

David Claerbout

Hoewel David Claerbout werd opgeleid tot schilder, werkt hij vooral met fotografische installaties en (interactief) videowerk. Zijn artistiek werk richt zich op de vluchtige natuur van tijd en ruimte en op het onvermogen van om het even welke visuele weergave de ‘werkelijkheid’ te vatten zoals die bestaat en wordt.

Claerbout becommentarieert de deconstructie van het narratieve discours dat stelt dat ‘een beeld deel uit maakt van een groter geheel’. Hij plaatst de context waarin zijn werk wordt getoond tegenover de toeschouwer. De beelden worden omlijst door vier rechte boorden. Terwijl hij of zij naar het beeld kijkt, is de toeschouwer opnieuw aan het focussen en aan het omlijsten. Op die manier krijgt het oorspronkelijke beeld een andere inhoud en betekenis.

Link

Ria Pacquée

Ria Pacquée [°1954, Merksem, België] brengt toevallige situaties en objecten uit de alledaagse wereld in beeld. De straat, de markt, kerkhoven en de woestijn vormen haar werkterrein. Sinds 1979 is ze beeldend kunstenaar. Aanvankelijk bestaat haar werk uit performances en body-art. In het begin van de jaren tachtig ontwikkelt ze zo het typetje ‘Madame’ waarvan ze gedurende enkele jaren het leven onderzoekt. Voorzien van een grijze pruik en een bril met zwaar montuur kruipt ze in de kleren van een alleenstaande dame op leeftijd die de verveling probeert te doorbreken, onder andere door deel te nemen aan groepsreizen met bestemmingen als Lourdes. Hierbij laat ze zich vergezellen door een fotograaf om de belevenissen van ‘Madame’ vast te leggen. Achteraf worden enkele foto’s geselecteerd en zo ontstaan reeksen. In die reeksen is te volgen hoe ‘Madame’ vergeefs op zoek is naar gezelschap, vriendschap en liefde, maar door de massa waarin ze wil opgaan enkel met haar eenzaamheid wordt geconfronteerd. Het gevoel van vervreemding wordt verder doorgedreven in het ‘It’-typetje dat Pacquée volgens hetzelfde principe als dat van ‘Madame’ ontwikkelt. ‘It’ is een geslachtloos wezen zonder een eigen identiteit, dat zich aan de rand van de maatschappij bevindt. Ook ‘It’ wordt in allerlei situaties gefotografeerd en de afstand tussen ‘It’ en de kijker wordt hier nog vergroot door de reeksen in zwart-wit af te drukken. Sinds 1992 doet Pacquée afstand van de performance en vat zelf post achter de camera. Vanaf dan volgen verschillende reeksen elkaar op. Vaak zijn het foto’s van voorwerpen, gevonden op straat, die met elkaar in verband worden gebracht door vorm of kleur. Zo toont ze onze omgeving op een andere manier. Door banale voorwerpen te isoleren krijgen ze iets raadselachtigs, iets poëtisch. Pacquée hoopt dat door haar foto’s mensen de dingen anders gaan bekijken en bijvoorbeeld in lelijkheid schoonheid zien. Vanaf 1995 worden de reeksen vaak gecombineerd met video. De video’s sluiten aan bij het fotografische werk en leveren een meerwaarde aan het verhaal.

Zonder titel van 1-9
datum: 1992
materiaal: Kleurenfoto\’s op aluminium
materiaal: 9 x (49 x 69 cm)

Deze serie bestaat uit negen op straat gemaakte foto’s , die op vorm geselecteerd en gerangschikt zijn en gepresenteerd worden in drie rijen van drie foto’s. De middelste foto en die op de vier hoekpunten laten een menselijke gestalte zien, die voorovergebogen staat, met de rug naar de camera. De mensen op de drie foto’s op de diagonaal van linksonder naar rechtsboven staan voor een gevel en lijken iets te zoeken in een [draag]tas of [vuilnis]zak. De figuren op de foto’s linksboven en rechtsonder staan in de vrije ruimte. De laatste peurt met een werktuig in een gat in het trottoir. De overige vier foto’s tonen een langgerekt voorwerp, dat uitvergroot en geïsoleerd centraal in beeld is gebracht. De voorwerpen zijn stukken zwerfvuil , die niet direct herkenbaar zijn doordat ze min of meer afgedekt zijn. De overheersende kleur op de foto’s is het grijs van de straat. De formele rangschikking ontlokt een vergelijking tussen de mensen en voorwerpen, die allemaal een zwervend bestaan leiden, en buiten de maatschappij zijn komen te staan. Ze lijken ontdaan van hun oorspronkelijke identiteit en functionaliteit. Ze hebben hun eigen individuele geschiedenis, en het is de vraag hoe zij zijn beland op de plaats waar ze nu zijn. Zo wordt door de overeenkomst in vorm de overeenkomst in inhoud benadrukt. Hoewel zowel de mensen als de voorwerpen centraal in het beeld staan, zijn ze door hun afgewende houding en hun bedekking niet helemaal zichtbaar, en wekken ze de indruk niet echt aanwezig te zijn. Ze zijn tegelijk zichtbaar en onzichtbaar, aanwezig en niet aanwezig. De foto’s zijn ingelijst als schilderijtjes, en zijn dicht op elkaar opgehangen. Afzonderlijk stellen zij eigenlijk niets voor, samen vertellen zij een verhaal , door hun onderlinge relaties,. Op zichzelf lijken ze terloopse momentopnamen te zijn, een registratie van de werkelijkheid, maar de manier waarop ze zijn samengebracht wijst weer op enscenering, op manipulatie van de werkelijkheid. Zo ontstaat een spel tussen vorm en inhoud, afwezigheid en aanwezigheid en tussen fictie en werkelijkheid. Ria Pacquée zwerft zelf regelmatig te voet met haar camera door de stad, op zoek naar het leven op straat, en naar beelden die dit leven tot uitdrukking kunnen brengen.
1239
Inch Allah
datum: 2005
De video Inch’Allah is opgebouwd uit korte, losse, aan elkaar gemonteerde filmfragmenten. Pacquée zapt tussen Oost en West, tussen landen als België, Israël, Frankrijk en Tunesië. Alledaagse gebeurtenissen en impressies van het menselijke handelen worden tegenover elkaar geplaatst, van het soms carnavaleske leven in Noord-Europa tot de intieme schoonheid van streken als Jemen en Marokko. De beelden bevatten geen narratieve noch hiërarchische structuur. Ze worden ondersteund door een voice-over, die passages voorleest uit The Book of Questions (1967) van de Frans-joodse auteur Edmond Jabès. Net als dit boek is de film een mozaïek van fragmenten, aforismen en beelddialogen die rond een centrale vraag cirkelen: hoe kun je het onzichtbare zichtbaar maken? Inch’Allah is een logisch vervolg op Pacquée’s oudere werk. Daarin trekt de kunstenares de straat op om beelden te verzamelen die ze ordent volgens formele elementen. Zo ontstaan auditieve en visuele puzzels met beelden van lijnen, kleuren, schaduw en licht. Lukrake fragmenten worden gecombineerd tot een betekenisvol geheel. Ook dit werk draait rond de illusie van een objectieve realiteit. Onze perceptie van de werkelijkheid wordt vertekend door het standpunt dat we innemen, door de plaats waar we leven, de gebeurtenissen en beelden die we zien en horen, en het soort leven dat we leiden. Pacquée wil de invloed duidelijk maken van dit subjectieve standpunt. Ze toont ons hoe afzonderlijke fragmenten en delen een geheel zin geven. Pacquée oppert de idee dat het leven niet noodzakelijk rond kennis en inzicht draait. Hoe mensen zich verhouden tot elkaar is veel essentiëler. Al het overige is slechts een manifestatie van het moment.

Link

Max Pinckers ◊ Transitions

I’ve always held a strong fascination for both the definition and interpretation of portraits. Classically speaking, portraits comprise a large degree of cooperation between photographer and subject, ideally (though not necessarily) revealing some connection between the two. Both are involved in a balanced and unbiased relationship to create a desired outcome.

Many photographers and painters have explored the limits and possibilities of the two dimensional portrait, all contributing to what it has become today. The question still remains; are we able to capture a person’s character, thoughts or emotions in a single image? With the series Transitions, I explore this idea by making an attempt to ‘catch’ people as they are dissociated from the encompassing world, deeply entranced in their own thoughts and absorbed in whatever is going through their mind.

Submerged into an ‘absorptive mode’, people’s expressions depict themselves in an honest way – unposed, unconcerned and unaware of either the photographer or the camera. The relation between the photographer and the subject has therefore been obscured, something which provokes us to ask ourselves if these really are portraits.

Link

Nick Hannes

Mediterranean. The Continuity of Man

‘De Stille Oceaan is misschien de meest onveranderlijke en tijdloze van alle oceanen, maar de Middellandse Zee viert de voortgang der mensheid (Ernle Bradford, vrij vertaald).

De afgelopen vijf jaar bezocht Nick Hannes (BE, °1974) twintig landen rond de Middellandse Zee. Hij treft er een regio op een ongezien historisch kantelmoment: Zuid-Europa gaat gebukt onder de wereldwijde economische crisis, de Arabische landen zijn verwikkeld in de nasleep van de Arabische Lente en intussen ontmoeten toeristen en migranten elkaar op de stranden van de Middellandse Zee.

Nick Hannes toont ons een regio vol humor en tragedie. Het Middellandse Zeegebied werd tweeduizend jaar geleden eengemaakt onder het Romeinse Rijk, maar is nu een strijdtoneel. InMediterranean.The Continuity of Man belicht Nick Hannes hedendaagse thema’s zoals migratie, urbanisatie en massatoerisme. Met zijn herkenbare documentaire stijl omarmt hij de complexiteit van deze regio, overstijgt het anekdotische en gaat op zoek naar de verbindende schakels in de maatschappij.

Na zijn reis doorheen de voormalige Sovjet-Unie (Red Journey) presenteert het FoMu nu ookMediterranean. The Continuity of Man, een caleidoscopisch portret van een Mediterrane regio in verandering.

Link

11924323_y70Kam Mother and daughter 1417097622688

Thomas Ruff

Thomas Ruff is een van de beste nog levende Duitse fotografen. Zijn wortels liggen in steriele, objectieve fotografie, met watertoren, silo’s, en andere verticale stapels industrieel cement dat om een of andere reden een belangrijk deel is gaan vormen van het Duitse fotografische erfgoed. Maar in de jaren ’80 begon Ruff enorme portretten te maken van mensen die gewoon in de lens zaten te staren, en dat was een openbaring. De grote schaal van de foto’s deed het lijken alsof niemand ooit eerder een foto had gemaakt van iemands gezicht. Voordat deze benadering van fotograferen opgepikt kon worden door mensen die graag geld wilden verdienen had Ruff een nieuwe obsessie gevonden en richtte hij zich op het creëren van zijn eigen kijk op gedownloade internetporno, wat tot een boek leidde.Sinds de publicatie van dat boek is Ruff de meest geliefde en minst bekende fotograaf van Duitsland gebleven. Toen we hem eindelijk wisten op te sporen, waren we blij dat hij een hartelijke vent was met een verfrissend directe kijk op wat hij doet.

Vice: Ik heb wat gelezen over jou en je werk, vooral de teksten die mensen bij je foto’s zetten. Lees je dat soort dingen?
Thomas Ruff: Ik moet heel eerlijk zeggen dat die teksten me niet zoveel interesseren. Ik lees ze een keer en dan houdt het op. Ik besteed al genoeg tijd aan mijn werk en heb geen zin om theorieën te bedenken of om ze in perspectief te plaatsen. Ik weet wat ik doe en ik kan het uitleggen, maar heb geen supergestructureerde theorie of ideologie die boven mijn werk staat.

Ik denk dat veel mensen zich aangetrokken voelen tot je portretten. Enig idee waarom?
Misschien omdat er niks interessanter of mooier is dan een gezicht of een portret. Als student deed ik niks anders dan drukken op klein formaat omdat ik geen geld had voor grote portretten. Iedereen klopte me op de rug, zo van “Geweldig, Thomas, mooie foto’s. Ga zo door!” Maar niemand kocht ze. Ik verdiende er niks mee.

Heb je ooit overwogen je grote schaal-kunst te vervangen door iets commerciëlers?
Ik dacht dat ik de rest van mijn leven op commissie moest werken, en kunstfoto’s erbij moest doen. Maar door de kunstportretten veranderde alles. Het was de emancipatie van hedendaagse fotografie in de kunstwereld.

48

Kopers en galeriebezoekers begonnen naar je toe te komen.
Opeens hingen al die dingen in galerieën en kunsthandels, en mensen zagen het en ik kon zelf nog nauwelijks geloven dat een foto van die omvang überhaupt mogelijk was. Mensen wie fotografie geen reet kon schelen bekeken foto’s en het beviel ze.

Waarom denk je dat dat is?
Het grote formaat heeft simpelweg zijn aanwezigheid—je kunt het niet negeren. Het maakt niet uit hoe het ontwikkeld of gefotografeerd is.

Wie zijn de mensen in de foto’s?
Dat zijn allemaal vrienden en collega’s van de kunstacademie in Düsseldorf. Een keer per jaar was er een rondleiding, een soort van open huis die een week duurde. De klassen waren dan opgeruimd en alles wat je dat jaar gedaan had hang je dan aan de muren. In 1981 hing ik mijn eerste portretten op en sindsdien, elke keer als ik iemand vroeg om te gaan zitten voor de foto zeiden ze ja. 90% zijn collega’s, de rest zijn mensen die ik ontmoette in Ratinger Hof, een nabijgelegen bar. Ze waren medicijnenstudenten, mode-ontwerpers, enzovoorts.

Hoe verlopen je shoots?
Ten eerste krijgen ze geen koffie—daar vallen hun gezichten van in. We praten vijf minuten, dan gaat hij of zij op de stoel zitten. Ik heb een glasplaatcamera, zodat ik onder zo’n zwarte doek moet. Ik maak aanpassingen en ga dan naast de camera staan. Ik zeg dat ze zelfverzekerd moeten kijken, maar er wel van bewust moeten zijn dat ze op de foto gaan nu. Ik geef ze kleine instructies, zoals dat ze hun kin hoger moeten houden of een beetje naar rechts moeten kijken.

Ging je van je enorme portretten direct door op je naaktfoto’s?
De naaktfoto’s zijn de op een na succesvolste serie foto’s, na de portretten. Ik ga ervan uit dat het menselijk gezicht interessant is, maar iedereen heeft ook seks of seksuele voorkeuren, wensen en uitingen. Dus na het gezicht is dit de volgende attractie, en dat is natuurlijk waarom het naaktwerk zo succesvol is.

Hoe kwam je erop?
Ik kwam erop toen ik over naaktfotografie nadacht. Ik ging op internet. Als je “naaktfotografie” intikt dan krijg je Helmut Newton en Peter Lindbergh. Ik vond dat een beetje saai, dat 19e eeuwse heterobeeld van mooie dames bij meertjes. Ik zocht verder en stuitte toen op van die teaserpagina’s van pornosites. Ik vond dat veel eerlijker dan kunstzinnig naakt—zij doen tenminste nog wat. Er zijn behoeften en die moeten bevredigd worden.

27

Wat viel je het meest op aan internetporno?
Ik verbaasde me om het exhibitionisme en voyeurisme dat je op internet vindt. Ik experimenteerde toen met pixels. Toen ik mijn technieken toepaste op een van de foto’s, ontwikkelde ik mijn eerste naaktfoto. Ik liet het zien aan mijn vriendin om te horen wat zij ervan vond. Ze zei: “Eigenlijk kut, maar toch best goed!” Ik dacht dat ik op de goede weg was, dus downloadde ik meer plaatjes en sleutelde door. Ik probeerde objectief te zijn en niet alleen mijn heterokant erin te stoppen, maar een heel spectrum aan seksuele uitingen en behoeften te laten zien. Om het democratisch te maken. Hetero, homo, fetisj, enzovoorts.

Dit heeft uiteindelijk geleid tot publicatie. Hoe is Nudes, het boek dat je maakte met schrijver Michel Houellebecq, ervan gekomen?
De uitgever Schirmer/Mosel wilde een boek met ons doen. In eerste instantie wilden ze een artikel over naaktfotografie, maar ik vond dat stom en zei dat het geen optie was, en dat het beste zou zijn om een van Houellebecq’s teksten te gebruiken, omdat ik een groot fan van hem ben. De uitgever vroeg hem meteen of hij ons kon voorzien van een literair stuk voor het boek. Maar ik zou het geen samenwerking noemen. Een tijdje later vertelde Schirmer me dat Houellebecq van plan was om softporno te maken en mijn raad wilde voor technische problemen. Maar daar bleef het wel bij.

Besteed je tegenwoordig nog aandacht aan fotografie?
Eigenlijk interesseert fotografie me niet zo. Ik hou meer van kunst. Ik ga liever naar kunstexposities. Als er staat “grote fotografie-expo!”, dan wil ik er al niet meer heen.

Blijf je op de hoogte van nieuw talent?
Niet echt. Ik ben daar te oud voor, en veel te veel bezig met mijn eigen dingen.

MAGDALENA VUKOVIC & DAVID BOGNER

Link

20131030_0740thomas1 Thomas Ruff