Tentoonstellingbezoek Woe 15 april ’15 | Bozar – Faces Now

Woensdag 15 april heb ik een museabezoek in Brussel gedaan.
Ik bezocht Bozar | Het paleis voor schone kunsten, Museum Art & Marges en het Wiels.
Route

Ik ging oorspronkelijk naar Bozar voor de tentoonstelling ‘Faces Now’. 
Ik heb in de loop van de jaren al vele tentoonstellingen bezocht met het thema ‘Portret’ en ‘Fotografie’.
Deze tentoonstelling vond ik heel uitgebreid door middel van de vele verschillende en bekende fotowerken en fotograven die gepresenteerd worden op vele verschillende manieren.
Jammer genoeg mochten we geen foto’s nemen. Toch heb ik er enkele kunnen trekken, alsook de teksten die rondom te tentoonstelling aan de muur gepresenteerd zijn.


Europese portretfotografie sinds 1990

Sinds het ontstaan van de fotografie zijn portretten gemeengoed. In de jaren negentig herontdekten fotografen het genre van de portretkunst. Sinds de val van de Muur stellen ze zich vragen over identiteit en de plaats van het individu in de gedigitaliseerde en geglobaliseerde wereld. Wat vertellen het gezicht, de pose, de kleding en de omgeving over de geportretteerde? In FACES NOW zie je het werk dat 31 gerenommeerde fotografen in Europa maakten, onder meer van Tina Barney, Anton Corbijn en Stephan Vanfleteren.
Curator : Frits Gierstberg
Deelnemende fotografen : Tina Barney, Sergey Bratkov, Koos Breukel, Clegg & Guttmann, Anton Corbijn,Christian Courrèges, Denis Darzacq, Luc Delahaye, Rineke Dijkstra, Jitka Hanzlová, Konstantinos Ignatiadis, Alberto García-Alix, Stratos Kalafatis, Boris Michailov, Nikos Markou, Hellen van Meene, Jorge Molder, Lucia Nimcova, Adam Panczuk, Dita Pepe, Anders Petersen, Paola De Pietri, Jorma Puranen, Thomas Ruff, Clare Strand, Beat Streuli, Thomas Struth, Juergen Teller, Ari Versluis & Ellie Uyttenbroek, Stephan Vanfleteren, Manfred Willmann. Link

ANTON CORBIJN||Den Haag

Het Gemeentemuseum Den Haag maakt vanwege de zestigste verjaardag van Anton Corbijn het retrospectief HOLLANDS DEEP,  met hoogtepunten uit al zijn series. Startpunt zijn de grofkorrelige zwart-witfoto’s van musici uit de jaren 70 en 80. In latere series zien we hoe hij steeds zijn grenzen verlegt door nieuwe thema’s te kiezen en te experimenteren met technieken en materialen.

Met dit grote overzicht wil het museum de ontwikkeling van Anton Corbijn als autodidact en de diversiteit van zijn onderwerpen en gebruikte technieken laten zien. Ook volgen we zijn zoektocht naar zijn ‘roots’. In 2001-2002 legde hij in de serie a.somebody muzikanten als Jimi Hendrix, Kurt Cobain, Sid Vicious en John Lennon vast tegen het decor van zijn geboortedorp Strijen, dat wordt omringd door de waterpartij van het Hollands Diep. Echter, allen waren toen al overleden en zijn gedurende hun leven nooit in het dorp in de Hoeksche Waard geweest. In werkelijkheid gaat het dan ook om zelfportretten van Corbijn, die zich als de overledenen verkleedde. “De serie gaat over de dood op mijn geboorteplek. Het is een samenloop van mijn obsessie voor muziek en de obsessie van mijn ouders voor het leven na de dood. Van huis uit kreeg ik mee dat je altijd op de achtergrond moest blijven. Maar ik ontdekte decennia later dat ik altijd iemand had willen zijn en met mijn werk kom ik dichter bij de mensen die dat bereikt hebben.”

Met het maken van lith-prints doorbrak hij in 1989 zijn consequente zwartwit werk, zowel in toon, vorm en ook gedeeltelijk qua inhoud want hij breidde zijn onderwerpkeuzes naast musici uit naar acteurs, regisseurs, schrijvers en modellen. In de late jaren negentig startte Corbijn zijn eerste conceptuele serie 33 Still Lives, waarmee hij met paparazzi-achtige foto’s weer meer mysterie in de wereld van publieke figuren terug te brengen. Tegelijkertijd brengt hij een ode aan de film-still, in dit geval van niet-bestaande films. Visueel ziet deze serie, die het Gemeentemuseum in zijn volledigheid toont, eruit als door zonlicht verbleekte filmposters waarbij alleen de blauwe toon en een tint van rood is overgebleven.

De serie Inwards and Onwards waar hij na zijn conceptuele uitspattingen zo rond 2002 mee begon, bestaat weer uit zwart-witportretten maar nu van voornamelijk beeldend kunstenaars die hem inspireren, zoals  Anselm Kiefer, Luc Tuymans, Peter Doig en Ai WeiWei. Kleine aparte ruimtes worden gewijd aan o.a.strippinggirls (2000), een samenwerkingsproject met kunstenaar Marlene Dumas, en fotografie van mode en van schrijvers.

De laatste jaren legt Corbijn zich steeds meer toe op het maken van speelfilms. Zijn debuut Control, over het leven van de Britse zanger Ian Curtis van Joy Division, werd door critici en publiek zeer enthousiast ontvangen en bedolven onder zo’n 30 awards. Zijn volgende film The American, met George Clooney werd een nummer één in Amerika. A Most Wanted Man, de derde film, draait op dit moment in de bioscopen. Zijn nieuwste film, getiteld Life, staat gepland voor het najaar van 2015. Foto’s van de making-of van deze producties spelen ook een rol in de overzichtstentoonstelling.

Bij beide tentoonstellingen (1-2-3-4 in het Fotomuseum Den Haag & Hollands Deep in het Gemeentemuseum Den Haag) verschijnt een catalogus.

Link | Link2

Dorothea Lange

Hoboken (New Jersey), 26 mei 1895 – 11 oktober 1965
Een Amerikaanse fotografe die vooral bekend is geworden door haar documentaire werk in opdracht van de Farm Security Administration omtrent de gevolgen van de Grote Depressie.
Ze werd geboren als Dorothea Nutzhorn in Hoboken, New Jersey. Op 7-jarige leeftijd kreeg ze polio, een ziekte waar op dat moment geen behandeling voor bestond. Ze hield er een misvormde rechtervoet aan over. Haar vader liet haar en haar moeder in de steek toen ze 12 was, reden voor haar om de achternaam van haar moeder aan te nemen. Na enkele jaren als assistent voor diverse fotografen gewerkt te hebben, opende ze in 1918 in San Francisco een portretstudio, die een succes werd. In 1920 huwde ze met de schilder Maynard Dixon, met wie ze twee zoons kreeg. Begin 1935 kreeg ze een betrekking als fotograaf voor het Amerikaanse overheidsorgaan Resettlement Administration, later geheten Farm Security Administration. Haar opdracht was het vastleggen van de gevolgen van de Depressie op het sterk verarmde Amerikaanse platteland. Een vorm vansociale fotografie. Hierbij werkte ze veel samen met de econoom Paul Schuster Taylor, met wie ze in 1935 huwde, na een scheiding van Dixon.

De door Lange en haar collega’s voor de FSA gemaakte foto’s werden gratis ter beschikking gesteld van Amerikaanse kranten en tijdschriften.

Haar meest bekende foto is die getiteld Migrant Mother uit 1936, waarop Florence Owens Thompson is afgebeeld met twee van haar kinderen. De identiteit van mevrouw Thompson bleef echter onbekend tot 1978.

In de Tweede Wereldoorlog richtte Lange zich, in opdracht van de War Relocation Authority, op het vastleggen van de omstandigheden waaronder Japanse Amerikanen na de aanval op Pearl Harbor werden geïnterneerd. Na de Tweede Wereldoorlog doceerde ze fotografie aan de California School of Fine Arts. Na reeds langere tijd aan diverse ziekten te hebben geleden, overleed ze in 1965 aan slokdarmkanker.

Link-

Arnold Newman

Arnold Abner Newman (New York City, 3 maart 1918 – New York City, 6 juni 2006) was een Amerikaans fotograaf die bekend werd om zijn milieuportretten van artiesten en politici. Hij was ook bekend door zijn voorzichtig samengestelde abstracte beelden van stillevens.

Arnold Newman overleed op 88-jarige leeftijd aan een hartinfarct.

 

Link

Paul Strand

(New York, 16 oktober 1890 – Parijs, 31 maart 1976) was een Amerikaans fotograaf. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van de |modernistische fotografie.
Strand werd geboren als zoon van emigranten uit Bohemen Op zijn twaalfde kreeg hij een camera cadeau en op zijn veertiende ging hij in de leer bij de bekende fotograaf Lewis Hine, die als een van de grondleggers wordt beschouwd van de moderne reportagejournalistiek. Strand experimenteerde al op jonge leeftijd met abstracte fotografie, vooral van stadsgezichten, fabrieken en gebouwen. Vaak wordt hij geassocieerd met de hard-edged stijl van het precisionisme. Hij zag fotografie als een instrument op sociale veranderingen te helpen bewerkstelligen. Naar zijn eigen woorden probeerde hij altijd “de waarheid vast te leggen”.

Bekendheid kreeg Strand in 1916, toen Alfred Stieglitz in zijn atelier “Galerie 291” een tentoonstelling aan hem wijdde en separaat daaraan een nummer van zijn bekende fototijdschrift Camera Work.

Link- Wiki

Koos Breukel – Me We

Fotomuseum Den Haag: Koos Breukel – Me We – The Circle of Life

Eerste overzichtsboek van portretfotograaf Koos Breukel bij de retrospectieve in Den Haag.

Koos Breukel is een van de bekendste portretfotografen van Nederland. Hij fotografeert kinderen, studenten, schrijvers, politici, zeilers en transseksuelen. Dit jaar maakte hij onder meer de eerste officiële staatsieportretten van koning Willem-Alexander en koningin Máxima.
In Me We vertelt hij aan de hand van ruim tweehonderd fotoportretten een universeel en tegelijk zeer persoonlijk levensverhaal. Het overzicht omvat werk van de afgelopen dertig jaar, waarvan veel nooit eerder te zien is geweest. Breukel geeft alle aspecten van het leven, van geboorte en vreugde tot ziekte en dood, een gelijkwaardige plaats in dit boek, dat haast een alternatief, universeel familiealbum is.

Ik weet niet wat me het weemoedigst maakt, deze portretten van begin naar einde bezien, of omgekeerd, van doodsbed naar moederschoot. #Erwin Mortier

In Breukels handen laat een camera ons meer van mensen zien dan make-up of haarspray ooit zouden kunnen verhullen. #Hedy van Erp

De Pont: Thomas Struth

Geldern Duitsland 1954, woont en werkt in Düsseldorf en Berlijn
Thomas Struth behoort tot de Düsseldorfer Schule, ook wel de Becher Schule genoemd, waarin nuchtere observaties van beeldelementen uit de alledaagsheid worden gefotografeerd. Sinds het eind van de jaren zeventig werkt Struth aan een oeuvre waarin een beperkt aantal thema’s telkens terugkeert. Sinds 1985 fotografeert Struth vrienden en relaties uit de kunstwereld binnen de context van hun gezin. Fotografie is het medium dat Struth gebruikt, maar hij grijpt terug naar de schilderkunst. Niet alleen de grote formaten van zijn foto’s verwijzen hier naar, maar ook de wijze waarop hij de families portretteert.

Vergeleken met vroeger eeuwen heeft het familieportret in onze tijd aan betekenis ingeboet. Van een genre dat ook door de allergrootste schilders werd beoefend, werd het familieportret steeds meer het terrein van de amateurfotograaf die de hoogtepunten en de meer triviale momenten in het gezinsleven vastlegt.
Ingo Hartmann, psychoanalyticus en vriend van Struth, vroeg zijn patiënten familiefoto’s mee te nemen die de sfeer waarin ze waren opgroeiden goed weergaven. Het materiaal bleek zo’n indrukwekkend beeldarsenaal van uiteenlopende familieverhoudingen dat Hartmann en Struth er begin jaren ‘80 de tentoonstelling ‘Familienleben’ uit samenstelden. De gezamenlijke analyse van het beeldmateriaal sterkte Struth in zijn overtuiging dat de fotografie een medium is dat in staat is aspecten van de werkelijkheid bloot te leggen en over te dragen. Ook zal het project  ertoe bijgedragen hebben dat hij het genre zelf is gaan beoefenen.

De familieportretten die Struth sindsdien heeft gemaakt, hebben weinig gemeen met spontaan gemaakte familiekiekjes. Door zijn benadering van het thema, de zorgvuldige kadrering en de vaak zeer grote formaten sluiten ze eerder aan bij de schilderkunstige traditie van het familieportret. Soms lijken de portretten direct te refereren aan een bestaand schilderij, zoals het monumentale portret van het Gezin Falletti, waarin de moeder dezelfde pose en positie heeft ingenomen als de hoveling in de openstaande deur op Velasquez’ Las Meninas. Maar ook de wijze waarop Struth zijn modellen betrekt in de totstandkoming van het portret doet denken aan de rolverdeling uit vroeger eeuwen toen de geportretteerden door hun positie als opdrachtgever een belangrijke stem hadden in het uiteindelijke resultaat. Van een opdrachtsituatie is bij Struth geen sprake, maar aan een relatie van gelijkwaardigheid hecht hij zeer.

Struth blijft op afstand en doet in zijn foto’s geen pogingen om zich een toegang te forceren tot de intimiteit van het gezin. De portretten zijn bewust geposeerd. De leden van het gezin zijn frontaal en centraal in beeld gebracht, tegen de achtergrond van hun tuin, op de bank in hun zitkamer, aan tafel en zelfs in de keuken. Hoewel de families ons een blik gunnen in hun eigen leefomgeving blijven we buitenstaanders; al was het alleen maar door hun blik, die nadrukkelijk op ons gericht is, maar bijna nooit een uitnodiging inhoudt tot contact. De voor Struths foto’s zo karakteristieke sfeer vloeit mede voort uit zijn manier van werken. Tijdens de opname staat hij niet achter zijn camera, maar ernaast; de geportretteerden zoeken geen oogcontact met de fotograaf, maar houden de blik gericht op een apparaat. Doordat Struth geen kunstlicht gebruikt, zijn lange sluitertijden een vereiste. Ook de tijdsduur die de opname in beslag neemt, werpt de geportretteerden op zichzelf terug. Die roerloze inzichzelfbeslotenheid fungeert bijna als schild tegen een al te haastige en gretige in bezitname door de toeschouwer. De tijd lijkt in de foto’s tot stilstand te komen en dwingt ook de kijker om zijn tempo te vertragen. Ondanks de evenwichtige compositie, de overzichtelijke enscenering en de heldere articulatie van de ruimte laat het haarscherpe beeld zich niet in één blik vangen.

Link – De Pont Tilburg